“Out of sight, out of mind”: heeft dat met ADHD te maken?
Ken je dat? Je stopt je medicatie in een kastje “zodat je het niet vergeet”, en drie dagen later vind je het terug… onaangeroerd. Of je opent een berichtje, denkt “ik antwoord straks”, en plots zijn we drie weken verder.
Sommige mensen noemen dit een probleem met objectpermanentie. Maar klopt dat eigenlijk wel? Spoiler: nee. Het heeft toch niet met objectpermanentie te maken.
Wat is objectpermanentie eigenlijk?
Objectpermanentie is een mijlpaal die baby’s bereiken rond de 9 maanden. Ze leren dan dat iets nog steeds bestaat, ook als je het niet meer kunt zien. Denk aan “kiekeboe!” – dat is dus letterlijk oefenen met objectpermanentie.
Een baby zonder objectpermanentie denkt dat je écht verdwenen bent als je je gezicht verstopt. Een baby mét objectpermanentie snapt: “Ha, je bent er nog – alleen even achter je handen.”
Het is dus een ontwikkelingsstadium dat hoort bij baby’s. Niet bij volwassenen. En zeker geen officieel ADHD-symptoom.
Maar waarom voelt het dan toch zo herkenbaar?
Veel volwassenen met ADHD herkennen zich wél in het gevoel van “uit het oog, uit het hart”. Als iets niet zichtbaar is – je to-dolijst, je medicatie, je deadline, zelfs je vrienden – dan verdwijnt het precies ook mentaal.
Dat is geen objectpermanentieprobleem. Dat heet objectconstantie. En dat is weer iets heel anders.
Wat is objectconstantie dan?
Objectconstantie gaat over het kunnen vasthouden van het besef dat iets of iemand nog bestaat – emotioneel of mentaal – ook als je het niet meteen ziet of voelt. Dat geldt voor taken, spullen, en zelfs relaties.
Voor ADHD’ers betekent dat bijvoorbeeld:
- Je medicatie vergeten omdat het niet op het aanrecht ligt
- Die belangrijke mail “voor straks” bewaren, en nooit meer openen
- Kleren dubbel kopen omdat je vergeten was dat je die broek al had
- Deadlines missen omdat het papierwerk ergens in een lade ligt
Het gaat niet over “denken dat iets niet bestaat”, maar over “niet actief aan iets denken als het niet zichtbaar is”. Grote nuance. Dus nee – ADHD is geen gebrek aan objectpermanentie.
Je weet heus wel dat die brief nog in de kast ligt. Maar je brein laat het gewoon niet boven komen als je ‘m niet ziet. Dat heeft te maken met executieve functies zoals werkgeheugen en aandacht – typische ADHD-dingen.
Of zoals een psychiater het ooit mooi zei:
"Het is niet ‘uit zicht = weg’, maar eerder ‘in zicht, maar geen inzicht’."
(Lees: het ligt er, je kijkt ernaar, maar je denkt er gewoon niet aan.)
Conclusie: laten we stoppen met objectpermanentie te gooien.
Het is een verwarrend woord dat eigenlijk niet klopt in deze context. De struggles die we ervaren als ADHD’ers zijn échte struggles, maar ze horen niet thuis onder een peuterterm.
Laat ons dus voortaan gewoon zeggen wat we bedoelen:
“Als ik het niet zie, vergeet ik het.”
En daar kunnen we mee aan de slag. Post-its, visuele cues, herinneringen… er zijn zoveel tools.
En eerlijk? Een beetje mildheid voor jezelf werkt ook het allerbeste.
